INR
Synoniem

I-INR

Materiaal

Citraat-plasma

Transportcondities

berekening

Dag van bepaling

dagelijks

Time-to-result

Maximaal 24 uur na ontvangst

Uitvoerend laboratorium

Hoofdlabo Waregem

Uitbesteed ?

nee

Bewaarcondities staal

nvt

ISO 15189 accreditatie?

nee

Wetenschappelijke achtergrond

De INR is een gestandaardiseerde internationale maat voor de protrombinetijd (PT) en is tevens een belangrijke term in de bloedstolling. De INR is de verhouding van de PT van de patiënt ten opzichte van de (referentie) PT van normaal plasma, met een correctie voor de gevoeligheid van het gebruikte reagens na ijking op een WHO-standaard (cfr. ISI-waarde).

Bloedstolling is een uitermate complex proces, waarin trombocyten (bloedplaatjes) en stollingsfactoren centraal staan. Er treden opeenvolgende reacties plaats tussen verschillende stollingsfactoren, om op die manier tot het finaal resultaat van een stabiele bloedklonter (‘fibrineklonter’) te komen. De protrombinetijd is de tijd die nodig is om het bloed in vitro te laten stollen tot een fibrinestolsel, na activatie van de stollingscascade d.m.v. toevoeging van calcium, fosfolipiden en weefselfactor (tromboplastine; als stollingsactivator) aan het bloedbuisje met citraatplasma. De fosfolipiden werken als een substraatoppervlak voor de reactie. Het tromboplastine anderzijds zorgt ervoor dat stollingsfactor VII geactiveerd wordt tot FVIIa, dewelke op zijn beurt de extrinsieke stollingsroute activeert. Het bloed van de patiënt wordt bovendien afgenomen in een citraatbuisje, wat maakt dat het aanwezige calcium (in vivo aanwezig) wordt gebonden aan de zwakke chelator citraat, waardoor vroegtijdige activeren van de stollingscascade wordt geïnhibeerd. In het labo wordt na centrifugatie opnieuw calcium toegevoegd aan het citraatplasma, waardoor op een gecontroleerde manier de stollingscascade, uitmondend in een fibrinestolsel, wordt gestart.

De INR, een afgeleide waarde van de PT, is een maat voor de werking van de stollingsfactoren uit de extrinsieke  en de gemeenschappelijke stollingsroute en is bijgevolg gevoelig aan stollingsfactor V, VII, X, II (protrombine), I (fibrinogeen). Vitamine K is noodzakelijk als co-factor voor de aanmaak van de vitamine K-afhankelijke stollingsfactoren, zijnde factor II, VII, IX en X, t.h.v. de lever. De lever staat aldus in voor de synthese van bijna alle stollingsfactoren (fibrinogeen=FI, trombine=FII, V, VII, IX, X, XI).

Aangezien de referentiewaarde van de PT sterk verschilt tussen laboratoria en het op die manier moeilijk is om waarden tussen verschillende laboratoria te vergelijken, werd een afgeleide gestandaardiseerde waarde van de PT, zijnde de INR (‘Internationalised Normalised Ratio’), geïntroduceerd. Op die manier is het mogelijk om PT-waarden van verschillende patiënten uit verschillende laboratoria met elkaar te vergelijken.

Referentiewaarden
M V
0.8-1.3 0.8-1.3
Eenheid

ratio

Methode

berekening

Toegelaten staaltypes

citraat bloed