Calcium
Synoniem

totaal calcium, calciemie, calciëmie

Materiaal

Serumbuis met gel

Transportcondities

2 - 8 °C

Dag van bepaling

Dagelijks

Time-to-result

Maximaal 24 uur na ontvangst

Uitvoerend laboratorium

Hoofdlabo Waregem

Uitbesteed ?

Neen

Bewaarcondities staal

Kamertemperatuur: 7 dagen

Koelkast (2-8°C): 3 weken

Diepvries (-20°C): 8 maanden

ISO 15189 accreditatie?

nee

EQC deelname?

ja

RIZIV nomenclatuurcode

540190 - 540201 B 80 Doseren van calcium (Maximum 1)(Cumulregel 12) Klasse 6 (Urgentie)

Wetenschappelijke achtergrond

Calcium bevindt zich in de circulatie onder drie vormen:

  • het vrije of geïoniseerde calcium (± 50%)
  • calcium gebonden aan serumeiwitten, vooral albumine (± 40%)
  • een klein gedeelte gecomplexeerd op circulerende anionen (± 10%).

Vooral het geïoniseerd calcium is fysiologisch van belang. Hoge of lage serum eiwitconcentraties kunnen gepaard gaan met een afwijkende totale calciumconcentratie, maar de concentratie aan geïoniseerd calcium zal ongewijzigd blijven (pseudohypo- of pseudohypercalcemie). Een simultane bepaling van albumine of totaal eiwit is dus onontbeerlijk voor de correcte interpretatie van het totaal calcium.

Calcium bevindt zich samen met fosfaat in een homeostase die endocrien gereguleerd wordt door PTH en vitamine D. Een verstoring van één of meer van deze elementen zal dan ook leiden tot een afwijkende calcemie.

Een typisch voorbeeld is de neoplastische hypercalcemie: de calciumspiegel stijgt door een tumorale productie van PTH-related-proteins of 1α,25 dihydroxyvitamine D of door osteoclastische metastasen. Een overactieve bijschildklier (primaire hyperparathyroidie) is een andere belangrijke oorzaak van hypercalcemie.

Vitamine-D gebrek, hypomagnesie en bijschildklierinsufficiëntie leidt dan weer tot hypocalcemie, wat wordt gekenmerkt door krampen of zelfs convulsies.

Wat moet ik nog meer weten?

Omdat een groot deel van het calcium dat in het bloed aanwezig is gebonden is aan albumine, dient bij de interpretatie van de calciumconcentratie rekening gehouden te worden met de hoeveelheid albumine. Bij hoge albumineconcentraties zal er veel calcium aan albumine gebonden zijn. Er wordt dan een verhoogde hoeveelheid totaal calcium gemeten, terwijl de hoeveelheid geïoniseerd calcium niet verhoogd hoeft te zijn

Een bruikbare manier om snel een aangepaste calciumwaarde te berekenen is:

  • 0.02 mmol/l optellen bij gemeten calciumconcentratie bij elke gram albumine minder dan 42 g/l albumine.
  • 0.02 mmol/l aftrekken bij gemeten calcium concentratie bij elke gram albumine meer dan 42 g/l albumine (bron: Diagnostisch Kompas 2003).

Bovenstaande geldt alleen als de albumineconcentratie binnen het referentiegebied ligt.

Referentiewaarden
M V
2.20-2.75 2.20-2.75
Eenheid

mmol/l

Methode

Spectrofotometrie

Mogelijke interferentie

Hemolyse, icterie, lipemie, magnesium, strontiumzout

Benodigd staalvolume

200 µL

Detectielimiet

0.03 mmol/L

Toegelaten staaltypes

Serum, Li-heparine plasma