Valproinezuur
Waarom wordt deze test uitgevoerd?

therapeutic drug monitoring

Wetenschappelijke achtergrond

Er is een zwakke relatie tussen dosis, concentratie en effect. Het optreden van sommige bijwerkingen is wel concentratie afhankelijk. Routinematige spiegelbepalingen worden bij epilepsie niet aangeraden. Bij doses van 35 mg/kg lich.gewicht per dag of meer wordt aangeraden de concentratie te bepalen. Patsalos et al adviseren TDM van anti-epileptica om de volgende redenen:

  • Plasma concentraties correleren beter met klinisch effect dan dosis
  • Bepalen of er voldoende klinisch effect is is lastig op basis van klinische aspecten alleen omdat de therapie vaak profylactisch is en het optreden van insulten niet te voorspellen is. Het is dus moeilijk te voorspellen op klinische aspecten alleen of de dosis voldoende is voor lange termijn insulten controle
  • Het is niet altijd mogelijk om toxiciteitsymptomen te herkennen op basis van kliniek alleen
  • Er is sprake van grote interindividuele farmacokinetische variabiliteit

Voor epilepsie worden referentiewaarden aangehouden van 50-100 mg/l.

Bij bipolaire stoornis wordt wel routinematig TDM gedaan. De effectieve concentratie is in de acute fase 80-120 mg/l en bij de onderhoudsbehandeling 60-80 mg/l. Bij geen effect wordt gestreefd naar een concentratie van 80-120 mg/l en bij slechte tolerantie naar 40-60 mg/l. Bij kinderen is de effectieve concentratie 50-125 mg/l.

Spiegelbepaling kan zinvol zijn bij:

  • Uitblijven klinisch effect
  • Optreden bijwerkingen
  • Controle therapietrouw
  • Interacterende comedicatie
  • Nierfunctiestoornis
  • Leverfunctiestoornis
  • Intoxicatie
  • Het risico op bijwerkingen neemt toe bij concentraties groter dan 120 mg/l. Toxiciteit treedt op bij concentraties >150mg/l.
    Er is geen eenduidige relatie tussen de serumconcentratie en de neurologische effecten. Een intoxicatie met valproïnezuur wordt gekenmerkt door depressie van het centrale zenuwstelsel. Lethargie, verminderd bewustzijnsniveau, tachycardie, depressie van de ademhaling, hypotensie, hyporeflexie en hypotonie worden het meest waargenomen. Voorts kunnen verwardheid, hallucinaties, duizeligheid, ataxie, miosis en nystagmus optreden. Daarnaast kan metabole acidose optreden. In ernstige gevallen, bij acute intoxicaties, treedt coma op (inname > 200 mg/kg of topspiegels >850 mg/l).

    Complicaties bij een ernstige intoxicatie zijn onder andere nier- en leverfunctie stoornissen, beenmergdepressie met pancytopenie en hersenoedeem met hoge mortaliteit. De laatste twee treden in het algemeen enkele dagen na ingestie op. Hyperammoniemie kan bij elke serumconcentratie optreden.  

Wat moet ik nog meer weten?

Bloedafname dient plaats te vinden 10-14 uur na inname. Het is belangrijk om bij een patiënt steeds op hetzelfde tijdstip bloed af te nemen i.v.m. variatie van de valproïnezuur concentratie gedurende de dag (de absorptie en klaring variëren gedurende de dag en vrije vetzuren verdringen valproïnezuur van albumine). De steady state concentratie wordt bereikt na ca. 5-7 dagen bij een constante dosering.