TSH
Waarom wordt deze test uitgevoerd?

TSH wordt aangevraagd om de schildklierfunctie te onderzoeken of wanneer er verschijnselen zijn van een te snel of te traag werkende schildklier. Het wordt vaak aangevraagd in combinatie met een bepaling van het schildklierhormonen T4, tegenwoordig fT4.

TSH wordt bepaald om:

  • een schildklierafwijking te diagnosticeren bij een persoon met klachten die wijzen op een niet goed functionerende schildklier
  • de behandeling van een schildklierafwijking te volgen en eventueel de dosering van schildklierhormoon (L-thyroxine) aan te passen
  • de oorzaak van onvruchtbaarheid bij vrouwen te onderzoeken
  • het functioneren van de hypofyse te onderzoeken

Wat is de betekenis van het resultaat?

Verlaagd:

 

Een lage TSH betekent meestal een overactieve schildklier (oftewel hyperthyreoïdie) of een patiënt die te veel schildklierhormoon toegediend krijgt. Zeldzaam is een afwijking van de hypofyse waarbij er te weinig TSH gemaakt wordt. Wanneer het TSH te hoog of te laag is, betekent dit dat de afgifte van schildklierhormoon niet goed is. Om daar de precieze oorzaak van te achterhalen, is verder onderzoek nodig. Een onderdeel van dit onderzoek bestaat uit het meten van de schildklierhormoon (meestal betreft dit alleen het vrije T4).

 

Verhoogd:

 

Een verhoogde TSH betekent meestal dat de schildklier te weinig schildklierhormoon maakt (‘trage schildklier' oftewel hypothyreoïdie). De hypofyse krijgt meestal wel het signaal om meer TSH te maken, en dat gebeurt, maar vervolgens is de schildklier niet goed in staat om te reageren op TSH en extra schildklierhormonen aan te maken. In zeldzame gevallen komt het voor dat de hypofyse niet goed functioneert en daardoor te veel TSH maakt. Bij een patiënt die behandeld wordt met synthetisch schildklierhormoon betekent een hoge TSH dat de patiënt te weinig schildklier hormoon krijgt.

Interpretatie van afwijkende schildklierhormoonwaarden
TSH fT4 Interpretatie
Hoog Normaal Milde (subklinische) hypothyreoïdie
Hoog Laag Hypothyreoïdie
Laag Normaal Milde (subklinische) hyperthyreoïdie
Laag Hoog of normaal Hyperthyreoïdie
Licht verhoogd, normaal of laag Laag Zeldzaam, hypofysaire (secundaire) hypothyreoïdie

 

 

 

 

 
 

Wetenschappelijke achtergrond

TSH wordt gemaakt in de hypofyse, een belangrijke hormoonproducerende klier in de hersenen. TSH zorgt ervoor dat steeds de juiste hoeveelheid schildklierhormoon (T4 en T3) wordt aangemaakt. Schildklierhormoon regelt het gebruik van energie in het lichaam; het heeft een soort thermostaatfunctie.

Wanneer er te weinig schildklierhormoon gemaakt wordt, krijgt de hypofyse het signaal om TSH te maken, dat vervolgens de schildklier stimuleert tot productie van schildklierhormoon. Omgekeerd, wanneer er te veel schildklierhormoon in het bloed aanwezig zijn, zal de hypofyse het signaal krijgen om minder TSH te maken, en gaat de schildklier vervolgens minder hormoon maken.

De meeste afwijkingen van de schildklier hebben tot gevolg dat er te weinig of juist te veel schildklierhormoon gemaakt wordt. Dat leidt tot vele lichamelijke symptomen. Bij een overactieve schildklier zijn dat o.a.: een snelle hartslag, gewichtsverlies, nervositeit, trillende handen, geïrriteerde ogen, slaapproblemen en een gejaagd gevoel. Bij vrouwen kan er ook een onregelmatige menstruatiecyclus ontstaan.

Bij een tekort aan schildklierhormonen heeft de patiënt last van gewichtstoename, droge huid, obstipatie, het snel koud hebben, vermoeidheid en bij vrouwen zware menstruatiebloedingen.