Thyroglobuline
Waarom wordt deze test uitgevoerd?

Thyreoglobuline (Tg) is een waardevolle tumormarker voor schildkliercarcinoom: dit is een eiwit dat uitsluitend door schildkliercellen kan worden gemaakt.

Na totale verwijdering van de schildklier en succesvolle ablatie met radioactief jodium hoort de Tg-spiegel onder een bepaalde waarde te blijven. Vóór de ablatie wordt de Tg-spiegel in het bloed bepaald; de waarde die dan gemeten wordt, is de uitgangswaarde. Als in de loop van de tijd de Tg-spiegel boven een bepaald niveau komt, betekent dat dat er schildkliercellen in het lichaam aanwezig zijn, en dat kan een aanwijzing zijn voor terugkeer (recidief) of uitzaaiingen van de kanker. Als de Tg-spiegel na ongeveer een jaar niet gestegen is, wordt een zogeheten gestimuleerde Tg-meting gedaan. Voor deze meting moet voor een maximale stimulatie van eventueel nog aanwezige schildklier(kanker)cellen de TSH-spiegel tot boven een bepaalde waarde verhoogd zijn. Het verhogen van de TSH-spiegel kan, net als bij de voorbereiding voor ablatie met radioactief jodium, op twee manieren bereikt worden: door de schildklierhormoonmedicatie tijdelijk, vanaf een aantal weken voor de Tg-meting, te stoppen (schildklierhormoon-onttrekking), óf door het toedienen van recombinant humaan TSH (rhTSH). Wanneer rhTSH wordt toegediend, hoeft de schildklierhormoonmedicatie niet te worden gestopt en zullen er geen verschijnselen van hypothyreoïdie optreden. De keuze van de methode die gekozen wordt om de TSH-spiegel te verhogen ligt bij de behandelend arts. Als voor schildklierhormoon-onttrekking wordt gekozen, zal in veel gevallen tegelijk met de gestimuleerde Tg-bepaling een totale lichaamsscintigrafie worden gemaakt met een lage dosis radioactief jodium.

Wat is de betekenis van het resultaat?

Verhoging:

kans op recidieve schildklierkanker

Wetenschappelijke achtergrond

Doordat tegenwoordig schildklierkanker in een vroeg stadium ontdekt en behandeld wordt, is bij gedifferentieer schildkliercarcinoom de kans op terugkeer van de kanker (recidief) in de meerderheid van de gevallen klein, zeker als na de schildklieroperatie een succesvolle ablatie met radioactief jodium heeft plaatsgevonden. Toch is een goede follow-up belangrijk: nog vele jaren na de eerste behandeling blijft de kans aanwezig dat er wél een recidief ontstaat.

Afhankelijk van het type schildkliercarcinoom en het risico op terugkeer (recidief) kan de diagnostische follow-up uit verschillende onderzoeksmethoden bestaan. Bloedonderzoek naar de tumormarker thyreoglobuline heeft echter altijd een centrale rol in de follow-up van schildklierkanker.

Hoe vaak er follow-up-onderzoeken zullen plaatsvinden en voor hoe lang is onder andere afhankelijk van het type schildklierkanker de grootte van de tumor en het in de loop van de tijd al dan niet aanwezig zijn van aanwijzingen voor uitzaaiingen of terugkeer van de schildklierkanker.

Los van de follow-up die noodzakelijk is voor het tijdig ontdekken van eventuele terugkeer of uitzaaiingen van de schildklierkanker, is na een totale thyreoidectomie evenslange follow-up nodig voor het controleren van de schildklierhormoonwaarden. 

Thyreoglobuline (Tg) is een waardevolle tumormarker voor schildkliercarcinoom: dit is een eiwit dat uitsluitend door schildkliercellen kan worden gemaakt. Na totale verwijdering van de schildklier en succesvolle ablatie met radioactief jodium hoort de Tg-spiegel onder een bepaalde waarde te blijven. Vóór de ablatie wordt de Tg-spiegel in het bloed bepaald; de waarde die dan gemeten wordt, is de uitgangswaarde. Als in de loop van de tijd de Tg-spiegel boven een bepaald niveau komt, betekent dat dat er schildkliercellen in het lichaam aanwezig zijn, en dat kan een aanwijzing zijn voor terugkeer (recidief) of uitzaaiingen van de kanker. Als de Tg-spiegel na ongeveer een jaar niet gestegen is, wordt een zogeheten gestimuleerde Tg-meting gedaan. Voor deze meting moet voor een maximale stimulatie van eventueel nog aanwezige schildklier(kanker)cellen de TSH-spiegel tot boven een bepaalde waarde verhoogd zijn. Het verhogen van de TSH-spiegel kan, net als bij de voorbereiding voor ablatie met radioactief jodium, op twee manieren bereikt worden: door de schildklierhormoonmedicatie tijdelijk, vanaf een aantal weken voor de Tg-meting, te stoppen (schildklierhormoon-onttrekking), óf door het toedienen van recombinant humaan TSH (rhTSH). Wanneer rhTSH wordt toegediend, hoeft de schildklierhormoonmedicatie niet te worden gestopt en zullen er geen verschijnselen van hypothyreoïdie optreden. De keuze van de methode die gekozen wordt om de TSH-spiegel te verhogen ligt bij de behandelend arts. Als voor schildklierhormoon-onttrekking wordt gekozen, zal in veel gevallen tegelijk met de gestimuleerde Tg-bepaling een totale lichaamsscintigrafie worden gemaakt met een lage dosis radioactief jodium.

Ook eventueel in het bloed aanwezige Tg-antistoffen spelen een belangrijke rol. Deze horen te verdwijnen na een totale thyreoïdectomie en succesvolle ablatie. Als dat niet gebeurt of als in de follow-up Tg-antistoffen ontstaan, kan ook dat wijzen op de aanwezigheid van uitzaaiingen. Tg-antistoffen in het bloed kunnen de betrouwbaarheid van Tg-bepalingen beïnvloeden