Parasieten in faeces

Waarom wordt deze test uitgevoerd?

Een uitgebreid parasitologisch onderzoek kan worden uitgevoerd bij diarree die meer dan 10 dagen aanhoudt (wanneer de klassieke faeceskweek geen bacteriële verwekker aan het licht brengt), bij vermoeden van een uitheemse parasiet (bv na tropenreis) of bij vermoeden van aanwezigheid van Helminthen (wormen en wormeieren).

Wat is de betekenis van het resultaat?

Negatief: Drie negatieve stalen, afgenomen op verschillende dagen, volstaan op een intestinale parasitose betrouwbaar uit te sluiten.

Positief: De vermelde parasiet is aanwezig in de stoelgang. Echter, niet elke parasiet is pathogeen!

Opmerking: Morfologisch kan geen onderscheid gemaakt worden tussen Entamoeba histolytica (pathogeen) en Entamoeba dispar (niet-pathogeen).

Aanwezigheid van kristallen van Charcot-Leyden (= afbraakproducten van eosinofiele witte bloedcellen) kunnen wijzen op aanwezigheid van parasieten.

Wetenschappelijke achtergrond

De intestinale parasieten van de mens kunnen ingedeeld worden in drie groepen:

  • Protozoa: dit zijn ééncellige parasieten.
  • Rondwormen (Nematoda): cilindrische vorm, dikwijls geassocieerd met een slechte hygiëne.
  • Platwormen (Plathelminthes): afgeplatte lintwormen.

Bij wormen is de diagnostische vorm gewoonlijk het wormei, maar het kan ook een larve of een (gedeelte van een) volwassen worm zijn.

Bij protozoa wordt gezocht naar cystes of trofozoïeten. Protozoa kunnen (gastro-intestinale) symptomen veroorzaken, zoals buikpijn, (aanhoudende) diarree, waterige ontlasting, vermagering, ...; ze hebben echter een wisselende pathogeniciteit:

  • Pathogeen: Giardia lamblia, Cryptosporidium parvum, Entamoeba histolytica
  • Niet-pathogeen: Entamoeba dispar, Blastocystis hominis, Entamoeba hartmanii, Entamoeba coli, Endolimax nana, Iodamoeba bütschlii
  • Twijfelachtige pathogeniciteit: Dientamoeba fragilis (kan persisterende klachten van diarree en buikpijn veroorzaken bij kinderen)

Parasitologisch onderzoek dient dus in eerste instantie gericht te zijn op Giardia lamblia en Cryptosporidium spp (gebeurt door middel van antigentest). Na verblijf in de (sub)tropen kan eventueel verder gezocht worden naar Entamoeba histolytica. Gericht en routinematig onderzoek naar Dientamoeba fragilis (slechts zelden pathogeen) of niet-pathogene protozoa is weinig zinvol. Door de aanwezigheid van niet-pathogene protozoa kan echter de aanwezigheid van pathogene soorten niet uitgesloten worden.

Wat moet ik nog meer weten?

Bij aanvraag voor parasitologisch onderzoek wordt standaard de antigentest voor opsporen van Giardia spp. en Cryptosporidium spp. uitgevoerd. Bij vermoeden van een uitheemse parasiet (bv na tropenreis) of vermoeden van Helminthen (wormen en wormeieren) kan een uitgebreid microscopisch onderzoek uitgevoerd worden. Klinische gegevens en (reis)anamnese zijn hierbij van groot belang.

De uitscheiding van parasieten is geen continu proces. Bijgevolg is, bij een negatief resultaat, herhaling van het onderzoek aangewezen. Drie negatieve stalen, afgenomen op verschillende dagen, volstaan om een intestinale parasitose betrouwbaar uit te sluiten.