Mengsel Grassen GX1 sIgE (5 grassen)

Waarom wordt deze test uitgevoerd?

Een specieke IgE test of RAST test wordt aangevraagd wanneer de patiënt klachten heeft van een plotselinge (acute) of langer durende (chronische) allergie. Klachten zijn bijvoorbeeld netelroos (urticaria of galbulten), eczeem (dermatitis), verstopte neus of neusverkoudheid (rhinitis), rode en jeukende ogen, jeuk aan slijmvliezen van de mond, astma. In het licht van de klinische voorgeschiedenis kunnen allergeen specifieke IgE bepalingen helpen om de allergenen te identificeren waaraan de patiënt gevoelig is.

De combinatie van een gerichte anamnese met een IgE screeningspanel biedt vaak al een relevant resultaat. In geval van een positieve screening, kan het panel nadien verder worden uitgewerkt. 

Wat is de betekenis van het resultaat?

Mengsel van G3, G4, G5, G6 en G8, respectievelijk: kropaar, beemdlangbloem, Engels raaigras, Timotheegras en veldbeemdgras.

Let op: De mate van positiviteit voor multi-allergeen mengsels correleert niet met de cumulatieve mate van positiviteit voor het betreffende enkelvoudig allergeen.

Wetenschappelijke achtergrond

Vele allergieën worden gemedieerd door immunoglobulines van de IgE subklasse. Het betreft de type 1 allergieën, ook soms atopie of anafylaxis genoemd. In deze vorm zijn de IgE moleculen de contactpunten tussen de allergenen en de gespecialiseerde cellen die histamine en andere substanties loslaten. 

Grassen behoren tot een kosmopolitische familie met zo'n 8000 soorten; ook graan- en voedergewassen behoren tot deze familie. Het zijn middelgrote tot grote, overblijvende planten. Vooral de pollen, als ze door de wind verspreid worden, veroorzaken allergische aandoeningen.

G3 Kropaar (Dactylis glomerata)

Kropaar is een algemeen gras dat op droge, voedselrijke of goed bemeste bodems te vinden is. De Kropaar kan nauwelijks met andere grassen verward worden. Het blad is grijsachtig groen, en de plant heeft een grove bloeipluim: de aartjes zitten in dikke kluwens bij elkaar aan het einde van de pluimtakken. De plant is ruw door de korte stekelhaartjes. De bloei van de Kropaar begint in mei. 

G4 Beemdlangbloem (Festuca pratensis)

We vinden deze soort vrij algemeen op een voedselrijke, niet te droge bodem in wegbermen, uiterwaarden en beekdalgraslanden. De plant bloeit met losse pluimen van groene grasbloemen, die meestal naar één zijde zijn gericht. De bladeren zijn lijnvormig. Het is een voedergras.

G5 Engels raaigras (Lolium perenne)

Middelgrote overblijvende plant die tot 50 cm hoog kan worden; komt vaak in België voor; het Engels raaigras wordt veel in grasperken gezaaid en vaak geteeld als voedergewas, maar het komt ook voor in intens begraasde weiden, langs wegen, dijken en op braakland.

Bloeiperiode: mei-oktober.

G6 Timotheegras (Phleum pratense)

Overblijvende plant van grote afmetingen (100 cm): komt in België vaak tot zeer vaak voor in open plekken in het bos, weiden, grasvelden of langs wegen; verkiest een relatief vochtige en rijke bodem en is daarom één van de voornaamste voedergewassen in ons land.

Bloeiperiode: juni-juli.

G6 is een van de belangrijkste graspollen allergenen.

G8 Veldbeemdgras (Poa pratensis)

Het Veldbeemdgras Poa pratensis groeit vooral in weilanden, wegbermen, struwelen, loofbossen. Het is één van de algemeenste grassen. 

De plant wordt gebruikt als voedergras voor vee.

Het Veldbeemdgras is een zodevormend gras met lange ondergrondse uitlopers. De wortels gaan wel een halve meter diep. De plant wordt 10 tot 60 cm hoog en bloeit in mei en juni met een losse bloeiwijze van groene grasbloemen aan afstaande takken.

Bij een ernstige allergie is het hele lichaam betrokken en kan een allergische reactie leiden tot anafylaxie (acute vernauwing van de luchtwegen) of anafylactische shock (veroorzaakt een zuurstof tekort in de hersenen). 

Wat moet ik nog meer weten?

Er bestaat een aanzienlijke kruisreactiviteit tussen verschillende allergenen. Dit heeft enerzijds implicaties voor de kliniek (bv. secundaire allergie voor kiwi bij gekende pollenallergie), maar anderzijds zien we dit ook regelmatig op vlak van serologie. Een serologische kruisreactie uit zich echter niet altijd klinisch. 

Belangrijk op te merken is dat de nomenclatuur slechts 6 specifiek IgE bepalingen per aanvraag toelaat voor terugbetaling.