Mengsel Dierenepitheel EX1 sIgE (4 sIgE)

Waarom wordt deze test uitgevoerd?

Een specieke IgE test of RAST test wordt aangevraagd wanneer de patiënt klachten heeft van een plotselinge (acute) of langer durende (chronische) allergie. Klachten zijn bijvoorbeeld netelroos (urticaria of galbulten), eczeem (dermatitis), verstopte neus of neusverkoudheid (rhinitis), rode en jeukende ogen, jeuk aan slijmvliezen van de mond, astma. In het licht van de klinische voorgeschiedenis kunnen allergeen specifieke IgE bepalingen helpen om de allergenen te identificeren waaraan de patiënt gevoelig is.

De combinatie van een gerichte anamnese met een IgE screeningspanel biedt vaak al een relevant resultaat. In geval van een positieve screening, kan het panel nadien verder worden uitgewerkt. 

Wat is de betekenis van het resultaat?

Het serum test positief op een mengsel van E1, E3, E4 en E5, respectievelijk: Kattenepitheel, Paardenroos, Runderroos en Hondenroos. Indien klinisch verdacht dient dit panel uigesplitst te worden om op zoek te gaan naar het specifiek allergeen.

Let op: De mate van positiviteit voor multi-allergeen mengsels correleert niet met de cumulatieve mate van positiviteit voor het betreffende enkelvoudig allergeen.

Wetenschappelijke achtergrond

Vele allergieën worden gemedieerd door immunoglobulines van de IgE subklasse. Het betreft de type 1 allergieën, ook soms atopie of anafylaxis genoemd. In deze vorm zijn de IgE moleculen de contactpunten tussen de allergenen en de gespecialiseerde cellen die histamine en andere substanties loslaten. 

Bepaalde dieren staan sinds lang bekend als een belangrijke oorzaak van allergieën. Het contact met dit type van allergenen gebeurt over het algemeen door inhalatie van stofdeeltjes waarin allergenen uit het speeksel, de urine, het serum, het epitheel of het roos van deze dieren aanwezig zijn.

Kattenepitheel

Onder de verschillende diersoorten wordt de kat als de meest allergene soort beschouwd. De allergenen van de verschillende rassen van katten zijn sterk gelijkaardig.

Paardenroos

Het allergenisch materiaal van paarden bevat minstens drie verschillende allergenen; twee ervan komen voort uit het roos van het dier, het derde is serumalbumine van paarden waarvan de allergieopwekkende eigenschappen goed gekend zijn.

Runderroos

De gekende allergenen bij de koe zijn het roos, het epitheel en de melk. Het bestaan van een gemeenschappelijk antigeen voor de vacht en de melk van de koe werd aangetoond (cfr voedsel). Twee fracties met laag moleculair gewicht die zeer allergenisch zijn, werden uit de vacht van de koe geëxtraheerd.

Hondenroos

De allergenen van honden worden verdeeld in drie grote groepen:

  • Serumproteïnen
  • Specifieke epitheelproteïnen van de hond
  • Een epitheelproteïne dat biochemisch en immunologisch verwant is aan één der grote allergenische bestanddelen van kattenepitheel; hierdoor zijn dus kruisreacties tussen de allergenen E1 (kattenepitheel) en E5 (hondenroos) te verwachten.

Bij een ernstige allergie is het hele lichaam betrokken en kan een allergische reactie leiden tot anafylaxie (acute vernauwing van de luchtwegen) of anafylactische shock (veroorzaakt een zuurstof tekort in de hersenen). 

Wat moet ik nog meer weten?

 

Er bestaat een aanzienlijke kruisreactiviteit tussen verschillende allergenen. Dit heeft enerzijds implicaties voor de kliniek (bv. secundaire allergie voor kiwi bij gekende pollenallergie), maar anderzijds zien we dit ook regelmatig op vlak van serologie. Een serologische kruisreactie uit zich echter niet altijd klinisch. 

Belangrijk op te merken is dat de nomenclatuur slechts 6 specifiek IgE bepalingen per aanvraag toelaat voor terugbetaling.