Lymfocyten
Waarom wordt deze test uitgevoerd?

Lymfocyten worden meestal bepaald in combinatie met een volledig bloedbeeld. De lymfocyten kunnen worden aangevraagd als men een vermoeden heeft van een infectie of ontsteking. Lymfocyten zijn van belang in een ontstekingsproces. Ook zijn ze belangrijk voor de afweer tegen lichaamsvreemde stoffen en micro-organismen. Ze zijn het best ontwikkeld bij de afweer tegen virussen. Daarnaast kan men soms lymfocten bepalen in het kader van leukemie (bloedkanker). Verdere afwijkingen in het afweersysteem kunnen worden onderzocht door het bepalen van de lymfocyten.  

Wat is de betekenis van het resultaat?

Verhoogd:

·         Infectie met een virus of bacterie

·         Leukemie

Verlaagd:

·         HIV-infectie

·         Ondervoeding

·         Vitaminetekorten

·         Verlies lymfocyten in de darm

 

Bron:

·         Uwbloedserieus

·         Uptodate

·         Boek

Wetenschappelijke achtergrond

Lymfocyten vormen één van de vijf verschillende soorten witte bloedcellen. Ze omvatten zo’n 30-40 procent van het totaal aantal witte bloedcellen.

De lymfocyten worden aangemaakt in het beenmerg. Daarna volgen ze 2 rijpingswegen. De ene rijpingsweg vindt plaats in het beenmerg. De andere vindt plaats in de thymus. De lymfocyten die rijpen in het beenmerg noemt men de B-lymfocyten, de lymfocyten die rijpen in de thymus noemt men de T-lymfocyten.

In het bloed vinden we voornamelijk de T-lymfocyten terug, namelijk zo’n 65-80% van de totale hoeveelheid lymfocyten. 2/3 van de T-lymfocyten draagt het CD4 en worden helper T-lymfocyten genoemd. De resterende T-lymfocyten dragen het CD8 en worden de suppressie en cytotoxische T-lymfocyten genoemd. Daarnaast vormen de B-lymfocyten zo’n 5-15% van het totaal aantal lymfocyten. Ze dragen een immunoglobuline en bezitten het CD19. Naast de T en- B-lymfocyten bestaan eveneens de NK lymfocyten. Deze vertegenwoordigen een klein percentage van de lymfocyten en hebben een granulerende rol. Ze zijn van belang bij toxische processen uitgelokt door antistoffen die te maken hebben met histocompatibiliteit. Zo kunnen ze virussen of tumorale cellen doden.

Lymfocyten worden gekenmerkt door samengeklonterd nucleair chromatine omringd met ineengekrompen, donker blauw cytoplasma.

De grote granulaire lymfocyt kan men morfologisch onderscheiden van de andere lymfocyten. Ze vormen ongeveer 10-15 procent van de normale perifere bloedcellen. Ze zijn zo’n 2 keer zo groot als de rode bloedcellen, zonder cytoplasma. Ze hebben een ronde of ovale nucleus en een kleine hoeveelheid azurofiele granules in het cytoplasma.

De atypische lymfocyten hebben een meer uitgebreid cytoplama en worden vaak omringt door rode bloedcellen. Deze bloedcellen kunnen gezien worden in het kader van een virale infectie zoals bijvoorbeeld mononucleosis infectiosa.

Lymfocyten die vergezeld worden door volgroeide lymfocyten met een duidelijk cytoplasma, gecondenseerd chromatine en samengeklitte nuclei worden meestal gezien in het kader van een Bordetella pertussis infectie.