FOL

Waarom wordt deze test uitgevoerd?

Bij deze test wordt het foliumzuurgehalte in het bloed bepaald. Vitamine B12 en foliumzuur worden vaak samen aangevraagd door de arts.

Een tekort aan foliumzuur kan aanleiding geven tot bloedarmoede, alsook tot schade aan het zenuwstelsel.

Bij vermoeden of vaststelling van een macrocytaire anemie (‘bloedarmoede met te grote rode bloedcellen’) of neuropathische klachten (‘zenuwpijn’) zal de arts aan de hand van een foliumzuurbepaling onderzoeken of een foliumzuurtekort aan de basis ligt van uw klachten.

Een andere indicatie voor bepaling van het foliumzuurgehalte is bij aanwijzingen voor onvoldoende inname of opname (bvb. ondervoeding door alcoholisme of bij darmproblemen zoals glutenovergevoeligheid of de ziekte van Crohn).

Verder kan de arts ook het foliumzuurgehalte bepalen om het effect van kuur met foliumzuur te gaan evalueren en te bepalen.

Wat is de betekenis van het resultaat?

Daling:

  • Onvoldoende inname, bvb. door dieet
  • Onvoldoende opname (malabsorptie), bvb. door maagoperaties, maag- en darmziekten (Crohn, glutenovergevoeligheid)
  • Hogere nood aan foliumzuur, bvb. bij zwangerschap
  • Overmatig gebruik van alcohol
  • Bepaalde geneesmiddelen (bvb. methotrexaat, anti-epileptica, sommige antibiotica)
  • Zeldzame genetische aandoeningen

 

 

 

 

Bij te lage folaatspiegel kan men onderzoeken of het folaat in de RBC ook gedaald is. Indien dit zo is, is het tekort al lang aanwezig.

Wetenschappelijke achtergrond

Foliumzuur behoort tot de groep van de folaten en maakt, net zoals vitamine B12, deel uit van de groep van de wateroplosbare B-vitamines. Folaten zijn noodzakelijk als co-enzym in verschillende enzymatische processen in het menselijk lichaam. In het bijzonder speelt foliumzuur een belangrijke rol in de aanmaak en herstel van cellen (bvb. rode bloedcellen), bij de ontwikkeling van het centraal zenuwstelsel, alsook bij de aanmaak van nucleotiden (bouwstenen van het RNA/DNA).

Het menselijk lichaam is zelf niet in staat om foliumzuur aan te maken. Foliumzuur wordt, onder de vorm van folaat, opgenomen door de darm via de voeding. De dagelijkse behoefte foliumzuur is ongeveer 50 microgram. Voedingsproducten rijk aan foliumzuur zijn:  bladgroenten, citrusvruchten, bonen en peulvruchten. In mindere mate aanwezig: dierlijke producten zoals vlees, vis, gevogelte, melk en eieren. Voorts worden bepaalde voedingsproducten (bvb. graanproducten) verrijkt met foliumzuur.

De reserve hoeveelheid foliumzuur wordt opgeslagen in de lever.

Een gebrek aan foliumzuur kan de oorzaak zijn van een bloedarmoede, in het bijzonder een macrocytaire megaloblastaire anemie (‘te grote rode bloedcellen’). Voorts kan een tekort aan foliumzuur aanleiding geven tot neurologische symptomen.

In de zwangerschap bestaat er een verhoogde nood aan foliumzuur aangezien celdeling van primordiaal belang is voor de groei van de foetus. Een foliumzuurtekort kan in deze situatie aanleiding geven tot spina bifida (‘open ruggetje’) bij de foetus.