Factor VIII related antigen
Waarom wordt deze test uitgevoerd?

Bij deze test wordt de hoeveelheid von Willebrandfactor (vWF) in het bloed bepaald.

De arts zal een bepaling van de von Willebrandfactor uitvoeren om na te gaan of de overmatige bloedingsneiging (zich uitend in frequente blauwe plekken, neus/tandvleesbloedingen, overmatige bloedingen tijdens de menstruatie, postpartum bloedingen, (na)bloedingen na invasieve procedures of trauma), indien erfelijk vaak startend op jonge leeftijd, het gevolg is van een tekort in de von Willebrandfactor of een niet goed functionerende von Willebrandfactor.

Deze stollingstest behoort niet tot de routine stollingstesten en wordt enkel aangevraagd bij heel specifieke indicaties (zie ‘klinische achtergrond’). De arts zal namelijk altijd in eerste instantie starten met bepalen van de routine stollingstesten, zijnde het aantal bloedplaatjes (trombocyten), de protrombinetijd (PT), de geactiveerde partiële tromboplastinetijd (aPTT) en fibrinogeen. Pas bij vaststelling van een verlengde stollingstijd (in dit geval (meestal) afwijkende aPTT, normale PT), zal men bijkomende analyses uitvoeren van individuele stollingsfactoren (meestal F VIII, F IX), de von Willebrand factor (antigen), de von Willebrand activiteit, de ristocetine co-factor en evt. plaatjesfunctieanalysetesten.

Een andere indicatie voor bepaling van de von Willebrandfactor is het voorkomen van tekort aan vWF of gekende overmatige bloedingsneiging in de familie (‘positieve familiale anamnese’).

De test kan ook aangevraagd worden bij patiënt die reeds gekend zijn met een (erfelijk) tekort aan vWF, om alzo het effect van de therapie te evalueren.  

Wat is de betekenis van het resultaat?

Daling:

o   < Erfelijke oorzaak

§  = Ziekte van von Willebrand

o   < Verworven oorzaak = von Willebrand syndroom

§  < Lymfo/myeloproliferatieve aandoeningen

§  < Auto-immuunziekten (bvb. lupus)

§  < Wilms tumor (nefroblastoom)

§  < Ernstige cardiovasculaire aandoeningen (bvb. ernstige vernauwing van de aorta)

§  < Hypothyroïdie

§  < Medicatie (bvb. valproïnezuur, ciprofloxacine)

o   Individuen met bloedgroep O
(+/- 25% lager t.o.v. individuen met bloedgroep A, B of AB)

Verhoging:

o   < Schade aan bloedvatwand, bvb. door:

§  < Inflammatie, bvb. infecties

§  < Acute ziekte

§  < Maligniteiten (kanker)

§  < Postoperatief

o   < Zwangerschap

o   < Hormonale anticonceptiepil

o   < Stress, grote fysieke inspanningen

Wetenschappelijke achtergrond

De von Willebrand factor (antigen), ook wel het factor VIII related antigen, is een eiwit met een belangrijke functie in het systeem van bloedstolling.

Bloedstolling is een noodzakelijk proces wanneer een bloedvatwand beschadigd wordt. De productie van een bloedklonter zorgt dat verder bloedverlies voorkomen wordt en beschermt de plaats van beschadiging totdat herstel optreedt. Bloedstolling is een complex proces, waarbij trombocyten (bloedplaatjes) en stollingsfactoren centraal staan. Bij beschadiging van de bloedvatwand, komt collageen vrij te liggen, waaraan de von Willebrandfactor bindt. Dit zorgt voor activatie van het coagulatiesysteem en adhesie en aggregatie van trombocyten (bloedplaatjes) aan het beschadigd bloedvat. Er treedt vervolgens een cascade op van opeenvolgende stollingseiwitten waaruit finaal een stabiele fibrineklonter (bloedklonter) gemaakt wordt. Bij herstel van de bloedvatwand, wordt de bloedklonter afgebroken en opgelost d.m.v. ‘fibrinolyse’. De bloedstolling en fibrinolyse dienen zeer gereguleerd te verlopen, aangezien overmatige/onvoldoende bloedstolling respectievelijk kunnen leiden tot overmatige stollingsneiging (‘tromboses’), of overmatige bloedingsneiging.

Naast zijn functie als ligand voor trombocyten aan het subendotheel (primaire hemostase), heeft de von Willebrand factor een functie als transporteiwit/stabilisator van stollingsfactor VIII.

Een tekort aan de vWF kan leiden tot een overmatige bloedingsneiging. De oorzaak van een tekort (‘deficiëntie’) kan erfelijk of verworven zijn. Een erfelijk, aangeboren tekort of een dysfunctionele vWF wordt ook wel de Ziekte van von Willebrand genoemd en resulteert in een (mogelijks) levenslange overmatige bloedingsneiging, zich uitend in mucocutane bloedingen (menorragie, epistaxis, frequente hematomen, (na)bloedingen na invasieve procedures of trauma,…). De ziekte van von Willebrand is frequent, met een prevalentie van 1 op 100, hoewel slechts 1% van de patiënten symptomatisch wordt. De Ziekte van von Willebrand wordt autosomaal dominant overgeërfd (= evenveel vrouwen als mannen; uitz: type 3 = autosomaal recessief). Het wordt beschouwd als de meest voorkomende erfelijke oorzaak van een overmatige bloedingsneiging.  

De Ziekte van von Willebrand wordt ingedeeld in 3 types. Type 1 is de frequentst voorkomende vorm (75%), met een mild tekort aan de vWF. Type 2 (subtypes A/B/M/N) echter, wordt veroorzaakt door een kwalitatief deficit van de vWF. Type 3 ten slotte is de meest zeldzame, maar ernstigste vorm, met ernstige bloedingen (bvb. gewrichts- en spierbloedingen) t.g.v. een ernstig tekort tot zelfs volledige afwezigheid van de vWF.

Een tekort aan von Willebrand factor is vaak ook geassocieerd met een tekort aan factor VIII.

Een tekort aan vWF kan ook een verworven oorzaak hebben, maar is minder frequent (zie ‘betekenis’). 

De klinische gevolgen van een tekort aan de vWF kunnen zeer heterogeen zijn, gaande van lichte tot ernstige bloedingen, afhankelijk van de resterende concentratie of hoeveelheid functionerende vWF aanwezig in het lichaam. Het is zo dat het merendeel van de patiënten met de ziekte van von Willebrand weinig of geen last ondervindt van de aandoening. De ziekte komt dan vaak pas per toeval tot uiting na bijvoorbeeld een ernstig trauma of een chirurgische/tandheelkundige ingreep, waarbij ernstige bloedingen kunnen optreden.  

Een overmaat aan de von Willebrandfactor kan ook voorkomen, bvb. bij acute ziekte, situaties van inflammatie en zwangerschap.