Echinococcus ab
Wat is de betekenis van het resultaat?

 De serologische detectie via ELISA, eventueel gevolgd door Western blot of immunoblot, is niet steeds optimaal: de gevoeligheid varieert in het geval van levercysten van 80-100% en de specificiteit varieert tussen de 88 en 96%. Bij longcystziekte daalt de gevoeligheid van serologische diagnostiek tot maar 50-56%. I.g.v. aantasting van andere organen zakt de gevoeligheid van de serologie en bekomt men lage performanties van maar 25-55%. I.g.v. longcysten, is de beeldvorming (echografie, maar zeker d.m.v. CT of MRI) meer gevoelig (ca. 90%) dan serologie!

Wetenschappelijke achtergrond

Echinococcus granulosus is een kleine lintworm, slechts 3 à 6 mm lang, die honden en wolven als eindgastheer heeft. Dezen kunnen de parasiet chronisch excreteren. Tussengastheren, waarin de hydatidecyste gevormd wordt, zijn veelal landbouwhuisdieren: schaap, rund, geit, varken, paard, hert. De cysten worden voornamelijk gevormd thv lever en longen. De mens is voor deze lintworm een tussengastheer en geen eindgastheer. Besmetting van mensen kan optreden doordat eitjes die in het milieu terecht gekomen zijn, op onverhit voedsel terecht komen. Ook door het aaien van besmette honden kan een mens zich besmetten. Bij de mens moet men niet zoeken naar excretie in stoelgang. Normaal kan men de parasiet massief terugvinden in de cysten. Er zijn steeds verschillende complementaire onderzoeken nodig voor de diagnostiek (medische beeldvorming en directe opsporing van de parasiet in het celdebris aan de binnenwand van de cyste). De serologische detectie via ELISA, eventueel gevolgd door Western blot of immunoblot, is niet steeds optimaal: de gevoeligheid varieert in het geval van levercysten van 80-100% en de specificiteit varieert tussen de 88 en 96%. Bij longcystziekte daalt de gevoeligheid van serologische diagnostiek tot maar 50-56%. I.g.v. aantasting van andere organen zakt de gevoeligheid van de serologie en bekomt men lage performanties van maar 25-55%. I.g.v. longcysten, is de beeldvorming (echografie, maar zeker d.m.v. CT of MRI) meer gevoelig (ca. 90%) dan serologie!

Als in een zeldzaam geval toch een mens geïnfecteerd raakt na opname van de eitjes, duurt het een hele tijd vooraleer de eerste symptomen zichtbaar worden (5-15 jaar). De wormlarve (of blaasworm) kan in verschillende organen cysten vormen: meestal zijn lever en milt betrokken (in 50-70% van de gevallen), en wat minder frequent de longen (20-30%). In de lever vormt de wormlarve een aantal dochterblazen waardoor de lever enigszins op een long begint te lijken. Vandaar de naam 'Alveolaire' echinococcose. Het ziekteverloop kan verward worden met een levertumor. De uiteenlopende ziekteverschijnselen kunnen in dit geval bestaan uit buikpijn (vnl. rechts), hoofdpijn, misselijkheid, kortademigheid en icterus.