Cardiolipine ab IgM
Waarom wordt deze test uitgevoerd?

Men vraagt de anticardiolipinetest aan als iemand een trombose doorgemaakt heeft, meerdere miskramen gehad heeft of als een stoltest verlengd is. Als de test voor anticardiolipinen positief is, dan wordt deze test een aantal weken (12) later herhaald om te kijken of deze blijvend positief is of dat het een tijdelijke afwijking was.

De dokter zal de test ook aanvragen als bij iemand lupus anticoagulant in het bloed is aangetoond. De combinatie van de beide tests (anticardiolipine en lupus anticoagulant) wordt gebruikt om bij iemand het antifosfolipiden syndroom (APS) vast te stellen, een zeldzame ziekte die trombose en miskramen veroorzaakt.

Wat is de betekenis van het resultaat?

Als anticardiolipinen aanwezig zijn in het bloed is de testuitslag positief. Bij een positieve test zal de bepaling een aantal weken (12) later worden herhaald om te kijken of de afwijking blijvend is of dat het een anticardiolipine van voorbijgaande aard is. Als de anticardiolipinetest opnieuw positief is en iemand heeft last van bloedstolsels is het risico op trombose verhoogd. Het kan een verklaring zijn voor het optreden van de overmatige stolling.

Als iemand negatief is voor anticardiolipine, maar wel lijdt aan een autoimmuunziekte bijvoorbeeld SLE, zal de lupus anticoagulant-test regelmatig worden herhaald, omdat deze patiënten een grotere kans hebben op ontwikkeling van lupus anticoagulant.

Wetenschappelijke achtergrond

De anticardiolipinetest meet de hoeveelheid anticardiolipinen in bloed. Cardiolipine is een fosfolipide en vormt een belangrijk bestanddeel van het membraan van alle cellen en trombocyten. Antistoffen tegen cardiolipine kunnen ervoor zorgen dat de bloedstolling te actief is waardoor ongewenste bloedstolsels kunnen ontstaan. Deze stolsels kunnen leiden tot een hersentrombose, hartaanval, longembolie, trombose of herhaalde miskramen.

Indien antistoffen tegen cardiolipine aanwezig zijn is er sprake van een autoimmuunziekte.

Men vermoedt dat ongeveer 1-2 % van de wereldbevolking deze antistoffen aanmaakt, maar de meeste mensen hebben er geen last van. De vorming van anticardiolipinen komt vooral voor bij mensen die lijden aan autoimmuunziekten zoals  systemische lupus erythematosis (SLE). Ook infectieziekten, HIV/AIDS, kanker en het gebruik van sommige medicijnen gaan vaak gepaard met de vorming van anticardiolipinen.