Electrolyten

De dokter zal vaak een elektrolytbepaling aanvragen bij een routinematig onderzoek, omdat de elektrolyten bij zeer veel processen in het lichaam betrokken zijn. Aantal en soort elektrolyten in bloed bieden inzicht in de werking van hart, nieren, lever, longen en hormonen. Daarom wordt de test aangevraagd bij een groot aantal verschillende ziektebeelden. Ook zullen dokters meestal een elektrolytentest laten doen als patiënten worden opgenomen in het ziekenhuis of behandeld worden bij de eerste hulp.

Wat betekent de uitslag?

Geneesmiddelen en dieet kunnen invloed hebben op de concentraties van de elektrolyten. Omdat verschillende hoeveelheden elektrolyten van invloed zijn op allerlei soorten organen, zijn de uitslagen alleen goed te verklaren wanneer alle omstandigheden van de patiënt bij de interpretatie betrokken worden. Zonder kennis van de situatie van de patiënt is een goede interpretatie van de uitslagen niet mogelijk. Wel kan gezegd worden dat een patiënt met ernstige afwijkingen in het elektrolytenpatroon verder onderzocht moet worden.

Referentiewaarden van de belangrijkste elektrolyten zijn:

natrium 135 - 145 mmol/l

kalium 3,5 - 5,1 mmol/l

chloride 96 - 107 mmol/l

bicarbonaat 21 - 27 mmol/l

Waarom wordt deze test uitgevoerd?

De bicarbonaatwaarden zijn afhankelijk van de gebruikte testmethode en daarom variëren de referentiewaarden per laboratorium. 22-29 mmol/l wordt echter veel gebruikt. Een verhoogde of verlaagde hoeveelheid bicarbonaat in het bloed betekent dat er problemen zijn bij het in stand houden van het zuur-base evenwicht of dat er iets mis is met de elektrolytenbalans. Beide problemen kunnen veroorzaakt worden door heel veel verschillende ziekten. Aanvullend onderzoek moet meer duidelijkheid brengen. Ook gebruik van medicijnen kan zowel verhoogde als verlaagde bicarbonaatwaarden veroorzaken.

Wat is de betekenis van het resultaat?

 Een verhoogde of verlaagde hoeveelheid bicarbonaat in het bloed betekent dat er problemen zijn bij het in stand houden van het zuur-base evenwicht of dat er iets mis is met de elektrolytenbalans. Beide problemen kunnen veroorzaakt worden door heel veel verschillende ziekten.

Wetenschappelijke achtergrond

Deze test meet de hoeveelheid bicarbonaat in het bloed. Het is een negatief geladen ion, ook wel elektrolyt genoemd. Met behulp van bicarbonaat is het lichaam in staat om de zuurgraad van het bloed (zuur-base evenwicht) in stand te houden. Verder zorgt bicarbonaat, samen met de andere elektrolyten natrium, kalium en chloride, voor de elektrische neutraliteit van cellen. Bicarbonaat kan worden uitgescheiden en opgenomen door de nieren. Dit betekent dat, afhankelijk van de hoeveel bicarbonaat die het lichaam nodig heeft, de stof kan worden vastgehouden of uitgeplast.

Bicarbonaat wordt meestal samen aangevraagd met bloedgassen en elektrolyten zoals natrium, kalium en chloride. De test is bedoeld om de zuurgraad en elektrolytenbalans te controleren. Afwijkingen kunnen leiden tot klachten als slapheid, verwardheid, veel overgeven of ademhalingsproblemen.

De dokter vraagt de bicarbonaattest vaak aan bij een routine bloedonderzoek. Verder wordt de bicarbonaattest gebruikt als de patiënt water lijkt vast te houden of verschijnselen heeft van uitdroging. Patiënten met nierziekten en hoge bloeddruk hebben vaak een verstoorde elektrolytenbalans. Daarom wordt bij deze patiënten de elektrolytenbalans in de gaten gehouden met behulp van de bicarbonaattest en/of de elektrolytentest.