APC resistentie
Waarom wordt deze test uitgevoerd?

Bij deze test wordt de APC-resistentie aan de hand van de APC-ratio in het bloed bepaald.

De arts zal een bepaling van de APC resistentie uitvoeren om na te gaan of de overmatige bloedstolling (zich uitend in een bloedklonter = trombose bvb. in de benen of de longen) het gevolg is van een toegenomen APC resistentie ten gevolge van een mutatie in stollingsfactor V (factor V Leiden). Vaak zal het in dit geval gaan over relatief jonge mensen (< 50 jaar).

Deze stollingstest behoort niet tot de routine stollingstesten en wordt enkel aangevraagd bij heel specifieke indicaties (zie ‘klinische achtergrond’). Vaak wordt in dat geval een bepaling van het APC-resistentie gecombineerd met andere ‘stollingstesten’ zoals proteïne C, proteïne S, lupus anticoagulans, protrombine mutatie en antitrombine.

Wat is de betekenis van het resultaat?

Verlaging APC-ratio (<2):

o   Toename APC-resistentie

§  < heterozygote (99%) erfelijke afwijking in het gen coderend voor factor V (factor V Leiden)

§  < homozygote (1%) erfelijke afwijking in het gen coderend voor factor V
(factor V Leiden)

§  Verworven oorzaak, bvb.

·         < Inname van oestrogenen (orale anticonceptiepil, hormoonbehandeling bij postmenopauzale vrouwen) of zwangerschap

·         < Maligniteiten (kanker)

·         < Antifosfolipiden syndroom

 

·         < Toename van factor VIII (bvb. bij inflammatie of zwangerschap)

 

Wetenschappelijke achtergrond

Bloedstolling is een noodzakelijk proces wanneer een bloedvatwand beschadigd wordt. De productie van een bloedklonter zorgt dat verder bloedverlies voorkomen wordt en beschermt de plaats van beschadiging totdat herstel optreedt Bloedstolling is een complex proces, waarbij trombocyten (bloedplaatjes) en stollingsfactoren centraal staan. Er treedt een cascade op van opeenvolgende stollingseiwitten waaruit finaal een stabiele fibrineklonter (bloedklonter) gemaakt wordt.  Wanneer herstel van de bloedvatwand opgetreden is, wordt de bloedklonter weer afgebroken d.m.v. het proces ‘fibrinolyse’. De bloedstolling dient zeer gereguleerd te verlopen, aangezien een overmatige bloedstolling in het lichaam kan leiden tot bloedklonters (‘tromboses’).

Proteïne C is een vitamine K-afhankelijk glycoproteïne, aangemaakt door de lever. Proteïne C wordt in aanwezigheid van trombine omgezet in geactiveerd proteïne C (APC). Geactiveerd proteïne C (APC) zorgt vervolgens, met behulp van proteïne S als cofactor, voor inactivatie van factor Va en factor VIIIa, waardoor de productie van trombine en fibrine finaal verminderd wordt en de stolling geïnactiveerd wordt. Proteïne C en S zorgen samen ook voor stimulatie van de fibrinolyse. APC en proteïne S zorgen aldus voor tegengaan van een overmatige bloedstolling (‘veiligheidsmechanisme’).

Bij een APC (geactiveerd proteïne C) resistentie is er een erfelijke mutatie aanwezig, autosomaal dominant overgeërfd, in het gen dat codeert voor stollingsfactor V. Dit mutant gen, ook wel de Factor V Leiden (mutatie) genoemd, zorgt dat factor V weerstandig is (‘resistent’) voor de remmende werking van APC, waardoor de stolling minder goed geremd wordt. Heterozygositeit voor Factor V Leiden is de meest voorkomende oorzaak van trombofilieën. De aandoening kent een relatief hoge prevalentie in de algemene bevolking (1 à 5%; 10 à 50% van alle VTE’s (veneuze trombo-embolische events) door een erfelijke oorzaak). Het gaat daarentegen wel gepaard met een matig verhoogd risico op VTE (risico x 5 t.o.v. normaal gezond individu), in vergelijking met andere trombofilieën (bvb. antitrombine deficiëntie, proteïne C/S deficiëntie) waar het risico sterk verhoogd (10 à 20 x hoger) is t.o.v. normale gezonde individuen. Grote aandacht moet aldus geschonken worden aan bijdragende niet-genetische factoren aan trombofilie, bvb. vliegreis, orale anticonceptie, zwangerschap, operaties, immobilisatie, roken, obesitas, …. 

De APC resistentie wordt gemeten d.m.v. de APC ratio. Hiertoe wordt tweemaal de aPTT, een routine stollingstest, gemeten (eerst met, dan zonder toegevoegd APC). Vervolgens wordt de ratio van beide aPTT’s gemeten. In normale omstandigheden is een normaal factor V aanwezig, zich uitend in een normale APC-resistentie en een APC ratio >2. In geval van één (in 99% van de gevallen) of twee (zeer zeldzaam) mutant(e) gen(en) zal de APC ratio < 2 zijn en het risico op een VTE licht/sterk verhoogd zijn.

Absolute indicaties voor testing voor trombofilieën zijn: 1ste VTE bij leeftijd < 50 jaar zonder uitlokkende factoren, positieve familiale anamnese voor trombofilieën, trombose op ongewone locatie (portale, mesenterische, cerebrale venen) en recidiverende tromboses. Aangezien de erfelijke vorm op een autosomaal dominante manier wordt overgeërfd, betekent dit dat nakomelingen van een ouder met de aandoening 50% kans hebben om de aandoening over te erven.

Wanneer een afwijkende (toegenomen) APC resistentie wordt vastgesteld, bestaat de volgende stap erin om d.m.v. genetische screening de Factor V Leiden mutatie op te sporen om aldus de diagnose met zekerheid te confirmeren.