Lupusopstoot seizoensgebonden?

De ziekte-activiteit ter hoogte van de huid en de gewrichten van systeemlupus lijkt een seizoensgebonden patroon te vertonen. Er wordt een verhoogde activiteit gedurende de lente en de zomer gezien, dit voornamelijk door invloed van de zon als uitlokkende factor (Duerta-Garçia et al).

Systemische lupus erythematosus (SLE)

Wat is het?

Lupus erythematosus is een ontstekingsziekte van het bindweefsel. Lupus betekent wolf, en erythematosus rood. De naam verwijst naar de typische vlindervormige, rode uitslag in het gezicht, die doet denken aan de tekening op een wolvenmuil.
SLE is een auto-immuunziekte, d.w.z. dat het lichaam afweerstoffen maakt tegen de eigen cellen, in dit geval van het bindweefsel. Omdat bindweefsel zowat overal in het lichaam voorkomt, is het ook een systeemziekte, d.w.z. dat de ziekte over het hele lichaam kan voorkomen.

Hoe vaak komt het voor?

Wereldwijd komt de aandoening voor bij 4 tot 250 mensen per 100 000. De ziekte treft voornamelijk vrouwen (90%), en treedt op tussen de 18 en 45 jaar. In de helft van de gevallen stelt men de diagnose vóór de leeftijd van 30 jaar.
De oorzakelijk factor is vooralsnog niet volledig duidelijk. Men weet dat genetische én omgevingsfactoren een rol spelen.
Blootstelling aan UV-stralen (zon), bepaalde virussen en geneesmiddelen zoals hormonen, schildklierpreparaten, sommige antibiotica en middelen tegen epilepsie zouden ook een rol kunnen spelen.

Hoe kun je het herkennen?

Aan de basis ligt een ontsteking van het bindweefsel. De symptomen van SLE variëren naargelang welke organen zijn aangetast. Het verloop is ook zeer wisselend, met soms plotse opstoten, en dan weer een eerder trage, sluipende evolutie. Opstoten van ziekte-activiteit ter hoogte van de huid en de gewrichten van systeemlupus lijkt een seizoensgebonden patroon te vertonen. Er wordt een verhoogde activiteit gedurende de lente en de zomer gezien, dit voornamelijk door invloed van de zon als uitlokkende factor (Duerta-Garçia et al).

Dikwijls treden er ook algemene symptomen op zoals koorts, hoofdpijn, vermoeidheid en gewichtsverlies.

Daarnaast kunnen, naargelang de aangetaste systemen en organen, volgende symptomen voorkomen:

  • Het bewegingsapparaat: pijn en zwelling van de gewrichten, spierpijn.
  • De huid: rode vlindervormige huiduitslag in het gezicht, schijfvormige letsels, overgevoeligheid voor zonlicht (fotosensibiliteit), aftachtige letsels in de mond.
  • Inwendige organen: nierontsteking met eiwit en bloed in de urine, die soms evolueert naar nierfalen met sterk verminderde urineproductie, ontsteking van het hartzakje, ontsteking van de longvliezen met kortademigheid, pijn op de borst en hoesten.
  • Psychiatrische symptomen: verwardheid, waanbeelden, geheugenstoornissen.
  • De bloedvaten: ontsteking van de haarvaten in de huid, verhoogd risico op vorming van bloedklonters (trombose), ‘dode’ vingers (ziekte van Raynaud).
  • Zwangerschap: miskraam, vroeggeboorte, laag geboortegewicht, zwangerschapsvergiftiging.

Vooral de afwijkingen van de gewrichten en van de huid komen veel voor, de andere zijn veel zeldzamer.

Hoe stelt je arts de aandoening vast?

De ziektegeschiedenis en de symptomen zullen wijzen in de richting van SLE. Bij vermoeden kan een bloed– en urineonderzoek gebeuren (specifieke testen zijn anti-dsDNA, anti-ANA, anti-ENA). Die zullen in geval van SLE niet normaal zijn. Is er na de eerste onderzoeken nog steeds een vermoeden van SLE, dan word je altijd verwezen naar de specialist voor verder onderzoek en opstart van de behandeling. De huisarts kan nadien weer de controles uitvoeren. Meestal zijn dat bloedonderzoeken.
Er bestaat geen enkele test die met zekerheid SLE kan vaststellen.

Wat kun je zelf doen?

De behandeling is een verantwoordelijkheid van de specialist. Zelf vermijd je best overmatige blootstelling aan zon, te zware inspanningen en medicatie die de klachten kan uitlokken of verergeren.

 

Bronnen:

Duarte-García A, Fang H, To CH, Magder LS, Petri M.Seasonal variation in the activity of systemic lupus erythematosus. J Rheumatol. 2012 ;39:1392-8