Proteine C
Synoniem

Transportcondities

2 - 8 °C

Time-to-result

Maximaal 96 uur of 4 werkdagen uur na ontvangst

Uitvoerend laboratorium

LABO OLV Ziekenhuis

Uitbesteed ?

Ja

ISO 15189 accreditatie?

nee

Wetenschappelijke achtergrond

Proteïne C is een glycoproteïne, aangemaakt door de lever, dat afhankelijk is van vitamine K voor diens synthese. Het zorgt, samen met het proteïne S, voor het tegengaan van een overmatige bloedstolling, m.a.w. is het een soort controle mechanisme. Bloedstolling is een noodzakelijk proces wanneer een bloedvatwand beschadigd wordt. De productie van een bloedklonter zorgt dat verder bloedverlies voorkomen wordt en beschermt de plaats van beschadiging totdat herstel optreedt. Bloedstolling is een complex proces, waarbij trombocyten (bloedplaatjes) en stollingsfactoren centraal staan. Er treedt een cascade op van opeenvolgende stollingseiwitten waaruit finaal een stabiele fibrineklonter (bloedklonter) gemaakt wordt. Wanneer herstel van de bloedvatwand opgetreden is, zal de bloedklonter weer afgebroken worden d.m.v. het proces ‘fibrinolyse’ d.m.v. fibrinolytische eiwitten. De bloedstolling dient zeer gereguleerd te verlopen, aangezien een overmatige bloedstolling in het lichaam kan leiden tot bloedklonters (‘tromboses’). Proteïne C wordt in aanwezigheid van trombine omgezet in geactiveerd proteïne C (APC).

Geactiveerd proteïne C (APC) zorgt vervolgens, met behulp van proteïne S als cofactor, voor inactivatie van factor Va en factor VIIIa, waardoor de productie van trombine en fibrine finaal verminderd wordt en de stolling geïnactiveerd wordt. Proteïne C en S zorgen samen ook voor stimulatie van de fibrinolyse. APC en proteïne S zorgen aldus voor tegengaan van een overmatige bloedstolling (soort ‘veiligheidsmechanisme’).

Een tekort aan proteïne C (‘deficiëntie’) kan veroorzaakt worden door een zeldzame erfelijke (autosomaal dominante) aandoening. De prevalentie is laag (0.5%; 3% van alle VTE’s door een erfelijke oorzaak), maar vormt daarentegen wel een grote risicofactor voor het optreden van veneuze trombo-embolische events (VTE). De helft van de patiënten met een proteïne C deficiëntie zal namelijk voor de leeftijd van 50 jaar een trombose doormaken. Het kan dus een mogelijke oorzaak zijn van trombofilieën (verhoogde neiging tot tromboses), aangezien het proces van bloedstolling ongeremd verdergezet wordt. Dit kan bijgevolg aanleiding geven tot bloedstolsels in de bloedbaan (bv. in de benen (diepe veneuze trombose = DVT), in de longen (longembool)). Grote aandacht moet aldus geschonken worden aan bijdragende niet-genetische factoren aan trombofilie, bvb. vliegreizen, orale anticonceptie, zwangerschap, operatieve ingrepen, immobilisatie, roken, obesitas, …. 

Een tekort aan proteïne C kan ook een verworven oorzaak hebben (zie hieronder ‘betekenis => daling’). Verder zou een proteïne C deficiëntie ook aanleiding kunnen geven tot necrose van de huid onder warfarine therapie, neonatale purpura fulminans en miskramen.

Absolute indicaties voor testing voor trombofilieën zijn: 1ste VTE bij leeftijd < 50 jaar zonder uitlokkende factoren, positieve familiale anamnese voor trombofilieën, trombose op ongewone locatie (portale, mesenterische, cerebrale venen) en recidiverende tromboses.

Belangrijk is te noteren dat een proteïne C bepaling, bij patiënten onder antistollingsmedicatie, enkel betrouwbaar is indien de patiënt (al dan niet tijdelijk) met deze medicatie stopt.  Aangezien de erfelijke vorm op een autosomaal dominante manier wordt overgeërfd, betekent dit dat nakomelingen van een ouder met de aandoening 50% kans hebben om de aandoening over te erven.

Referentiewaarden
M V
>70 >70
Eenheid

%

Methode

immunochemie

Benodigd staalvolume

0.5 ml