Lymfocyten
Synoniem

L-Lymfocyten

Materiaal

EDTA-volbloed

Transportcondities

2 -8 °C

Dag van bepaling

dagelijks

Time-to-result

Maximaal 24 uur na ontvangst

Uitvoerend laboratorium

Hoofdlabo Waregem

Uitbesteed ?

nee

Bewaarcondities staal

kamertemperatuur: 4 u

2 -8 °C: 8 u

ISO 15189 accreditatie?

nee

Wetenschappelijke achtergrond

Lymfocyten vormen één van de vijf verschillende soorten witte bloedcellen. Ze omvatten zo’n 30-40 procent van het totaal aantal witte bloedcellen.

De lymfocyten worden aangemaakt in het beenmerg. Daarna volgen ze 2 rijpingswegen. De ene rijpingsweg vindt plaats in het beenmerg. De andere vindt plaats in de thymus. De lymfocyten die rijpen in het beenmerg noemt men de B-lymfocyten, de lymfocyten die rijpen in de thymus noemt men de T-lymfocyten.

In het bloed vinden we voornamelijk de T-lymfocyten terug, namelijk zo’n 65-80% van de totale hoeveelheid lymfocyten. 2/3 van de T-lymfocyten draagt het CD4 en worden helper T-lymfocyten genoemd. De resterende T-lymfocyten dragen het CD8 en worden de suppressie en cytotoxische T-lymfocyten genoemd. Daarnaast vormen de B-lymfocyten zo’n 5-15% van het totaal aantal lymfocyten. Ze dragen een immunoglobuline en bezitten het CD19. Naast de T en- B-lymfocyten bestaan eveneens de NK lymfocyten. Deze vertegenwoordigen een klein percentage van de lymfocyten en hebben een granulerende rol. Ze zijn van belang bij toxische processen uitgelokt door antistoffen die te maken hebben met histocompatibiliteit. Zo kunnen ze virussen of tumorale cellen doden.

Lymfocyten worden gekenmerkt door samengeklonterd nucleair chromatine omringd met ineengekrompen, donker blauw cytoplasma.

De grote granulaire lymfocyt kan men morfologisch onderscheiden van de andere lymfocyten. Ze vormen ongeveer 10-15 procent van de normale perifere bloedcellen. Ze zijn zo’n 2 keer zo groot als de rode bloedcellen, zonder cytoplasma. Ze hebben een ronde of ovale nucleus en een kleine hoeveelheid azurofiele granules in het cytoplasma.

De atypische lymfocyten hebben een meer uitgebreid cytoplama en worden vaak omringt door rode bloedcellen. Deze bloedcellen kunnen gezien worden in het kader van een virale infectie zoals bijvoorbeeld mononucleosis infectiosa.

Lymfocyten die vergezeld worden door volgroeide lymfocyten met een duidelijk cytoplasma, gecondenseerd chromatine en samengeklitte nuclei worden meestal gezien in het kader van een Bordetella pertussis infectie.

Referentiewaarden
M V
< 2 d 8.0-28.0 8.0-28.0
2 d - 27 d 13.0-43.0 13.0-43.0
27 d - 1 j 20.0-60.0 20.0-60.0
1 j - 5 j 27.0-66.0 27.0-66.0
5 j - 10 j 11.0-53.0 11.0-53.0
10 j - 18 j 12.0-54.0 12.0-54.0
> 18 j 21.8-53.1 19.3-51.7
Eenheid

%

Methode

flowcytometrie

Benodigd staalvolume

2.7ml

Toegelaten staaltypes

EDTA - bloed