Parasieten in faeces

Synoniem

Darmparasiet, parasitaire infectie, microscopie na aanrijking, wormen, wormeieren, wormlarven, cyste

Materiaal

Faeces

Transportcondities

2 - 25 °C

Dag van bepaling

Dagelijks

Time-to-result

Maximaal 24 uur na ontvangst

Uitvoerend laboratorium

Hoofdlabo Waregem

Uitbesteed ?

Nee

Bewaarcondities staal

Zo snel mogelijk naar het labo

ISO 15189 accreditatie?

nee

EQC deelname?

ja

RIZIV nomenclatuurcode

549813 - 549824 B 400 Opsporen van parasieten na concentratie in faeces (Maximum 1) Klasse 16

Wetenschappelijke achtergrond

De intestinale parasieten van de mens kunnen ingedeeld worden in drie groepen:

  • Protozoa: dit zijn ééncellige parasieten.
  • Rondwormen (Nematoda): cilindrische vorm, dikwijls geassocieerd met een slechte hygiëne.
  • Platwormen (Plathelminthes): afgeplatte lintwormen.

Bij wormen is de diagnostische vorm gewoonlijk het wormei, maar het kan ook een larve of een (gedeelte van een) volwassen worm zijn.

Bij protozoa wordt gezocht naar cystes of trofozoïeten. Protozoa kunnen (gastro-intestinale) symptomen veroorzaken, zoals buikpijn, (aanhoudende) diarree, waterige ontlasting, vermagering, ...; ze hebben echter een wisselende pathogeniciteit:

  • Pathogeen: Giardia lamblia, Cryptosporidium parvum, Entamoeba histolytica
  • Niet-pathogeen: Entamoeba dispar, Blastocystis hominis, Entamoeba hartmanii, Entamoeba coli, Endolimax nana, Iodamoeba bütschlii
  • Twijfelachtige pathogeniciteit: Dientamoeba fragilis (kan persisterende klachten van diarree en buikpijn veroorzaken bij kinderen)

Parasitologisch onderzoek dient dus in eerste instantie gericht te zijn op Giardia lamblia en Cryptosporidium spp (gebeurt door middel van antigentest). Na verblijf in de (sub)tropen kan eventueel verder gezocht worden naar Entamoeba histolytica. Gericht en routinematig onderzoek naar Dientamoeba fragilis (slechts zelden pathogeen) of niet-pathogene protozoa is weinig zinvol. Door de aanwezigheid van niet-pathogene protozoa kan echter de aanwezigheid van pathogene soorten niet uitgesloten worden.

Wat moet ik nog meer weten?

Bij aanvraag voor parasitologisch onderzoek wordt standaard de antigentest voor opsporen van Giardia spp. en Cryptosporidium spp. uitgevoerd. Bij vermoeden van een uitheemse parasiet (bv na tropenreis) of vermoeden van Helminthen (wormen en wormeieren) kan een uitgebreid microscopisch onderzoek uitgevoerd worden. Klinische gegevens en (reis)anamnese zijn hierbij van groot belang.

De uitscheiding van parasieten is geen continu proces. Bijgevolg is, bij een negatief resultaat, herhaling van het onderzoek aangewezen. Drie negatieve stalen, afgenomen op verschillende dagen, volstaan om een intestinale parasitose betrouwbaar uit te sluiten. 

Referentiewaarden
M V
negatief negatief
Methode

Bij parasitologisch onderzoek van faeces wordt het staal zowel macroscopisch als microscopisch bekeken en geobserveerd. Het staal kan worden gewassen, gesuspendeerd of aangeconcentreerd, en eventueel gekleurd. Voor de aanconcentratie wordt gebruik gemaakt van de concentratiemethode volgens Ritchi. Dit is een bifasische concentratiemethode waarbij afvalstoffen terecht komen in een lipofiele fase (ethylacetaatlaag) en de parasieten geconcentreerd worden door centrifugatie in een waterige fase. Deze methode is geschikt voor alle cysten, wormeieren en wormlarven (behalve Enterobius). 

Benodigd staalvolume

Minimaal 5 g

Toegelaten staaltypes

Faeces in faecespotje

Bij vermoeden van oxyuriasis: afdruk met plakband rond de aarsplooien