Adenovirus IgG
Synoniem

Adenovirus Ig G antistoffen

Materiaal

Serumbuis met gel

Transportcondities

2 - 8 °C

Dag van bepaling

1 maal per week

Time-to-result

maximaal 1 week na ontvangst

Uitvoerend laboratorium

AML Antwerpen

Uitbesteed ?

Ja

Bewaarcondities staal

Koelkast (2-8°C): 2 weken

Diepvries (-20°C): Langer

ISO 15189 accreditatie?

nee

EQC deelname?

nee

RIZIV nomenclatuurcode

551655 - 551666 B 250 Bepaling van antistoffen tegen virussen, andere dan die waarvoor en specifiek nomenclatuurnummer is voorzien, per test (Maximum 8)(Cumulregel 328) Klasse 13

Wetenschappelijke achtergrond

Transmissie

  • Transmissie van adenovirus kan gebeuren via de faeco-orale route of via aërosol. Adenovirussen kunnen lang overleven in het milieu en zijn vrij resistent aan desinfectie doordat ze geen enveloppe hebben.
  • Keratoconjunctivitis (type 8) kan door direct of indirect contact worden overgebracht. Onvoldoende gechloreerd zwemwater kan als bron fungeren (zwembadconjunctivitis). Besmet zwemwater is tevens als bron voor een uitbraak van pharyngoconjunctivale (type 3 en 7) koorts beschreven. Gastro-enteritis wordt veroorzaakt door type 40 en 41. 
  • Men blijft besmettelijk tot 14 dagen na begin van de symptomen.

Verwekker

  • Het adenovirus is een dubbelstrengig-DNA virus van 70 nm. Het virus is opgebouwd uit een capside van 252 capsomeren: 240 hexonen met antigenen die in alle humane adenovirussen identiek zijn en antigene delen die specifiek zijn voor het serotype. 
  • Daarnaast bestaat het virus uit twaalf pentonen die in alle adenovirussen identiek antigeen bevatten. Op de twaalf pentonen staan "antennes" (fibers) die typespecifiek antigeen bevatten. Na een infectie worden antilichamen gevormd tegen de typespecifieke antigenen van de hexonen.
  • Uit een groot onderzoek onder kinderen in de Verenigde Staten bleek dat type 1, 2, 3 en 5 het vaakst werden aangetoond, echter vaker in ontlasting dan in respiratoire secreet.

Kliniek

Meer dan 50% van de adenovirusinfecties verloopt symptoomloos.

Adenovirus wordt het meest geïsoleerd uit jonge kinderen die een koortsige respiratoire infectie hebben. De klinische presentatie hangt af van het serotype waarmee de patiënt besmet is:

  • Bronchiolitis, pneumonie (types 3, 7, 21)
  • Acute diarree (types 40, 41)
  • Hemorrhagische cystitis (types 7, 11, 21, 34, 35)
  • Epidemische keratoconjunctivitis (types 8, 19, 37)
  • Fatale adenovirus infecties kunnen voorkomen bij kinderen en immunogecomprommiteerde patiënten besmet met serotype 14, maar is zeer zeldzaam.

Hiernaast hangt het ook af van de immuuncompetentie van de gastheer.

Epidemiologie 

  • Veroorzaakt 5-7 % van de respiratoire infecties bij kinderen
  • Het virus verspreidt zich endemisch en 'outbreaks' worden vaak gezien in hospitalen en kinderkribben.
  • Infecties doen zich gedurende het gehele jaar voor, met een lichte stijging in de zomer. Kinderen jonger dan 2 jaar worden het meest frequent getroffen.
  • Primo-infectie meestal op leeftijd < 10 jaar.
  • Bij een outbreak is het zinvol een gemeenschappelijke bron op te sporen, bijvoorbeeld onvoldoende gechloreerd zwemwater of (medische) instrumenten in een oogkliniek of bij een opticien.
  • Bij het goed toepassen van de hygiëne-adviezen is wering niet zinvol. Personen die werken met immuno-incompetente patiënten kunnen in overleg met hun bedrijfsarts wellicht beter een paar dagen op een andere afdeling gaan werken.

Wat moet ik nog meer weten?

Men dient steeds een opvolgingsstaal af te nemen 2 weken na initiële bloedafname. 

Referentiewaarden
M V
<20.00 <20.00
Eenheid

U/ml

Methode

Enzyme-linked immunosorbent assay (ELISA)

Benodigd staalvolume

230 µL

Toegelaten staaltypes

Serum